



Door de komst van de Indische huiskraai naar Hoek van Holland is er een extra taak bijgekomen voor de Houtsnip, namelijk het proberen in stand houden van de soort. Slechts vijfentwintig van deze kraaien zijn er in Hoek van Holland geteld en daarnaast leven er een aantal op Gibraltar maar verder in Europa niet. Het is weliswaar een sterke vogelsoort die in onze omgeving heel goed kan gedijen, maar tegelijkertijd is het dier (nog) niet bekent wat hier zijn natuurlijke vijanden zijn en weten we ook nog niet of er hier ziekten zijn waar onze kraaien immuun voor zijn, maar deze kraaien niet.
Wat we wel weten is dat onze inlandse kraaien het prima met de nieuwkomers kunnen vinden en zelfs hun gedrag gaan nadoen. Een kraai is nooit een erg schuwe vogel geweest, maar de huiskraaien leefde in India heel dicht bij de mens en doen dat dus hier ook. Vergelijkbaar met de brutaliteit die wij nog kennen van de huismus toen deze nog in heel grote getallen hier rondvlogen. Dit brutale gedrag zie je nu ook bij de inlandse kraaien ontstaan.
Mocht u zo’n kraai, die herkenbaar is aan een dikkere snavel in verhouding tot de bekende zwarte kraai, iets kleiner is, blauwzwarte vleugels, staart en voorzijde kop heeft, verder grijs is, vinden waar iets mee is, breng deze dan naar de Houtsnip. De overlevingskans is groter wanneer hij zo dicht mogelijk bij zijn soortgenoten kan blijven omdat de vogel solo niet kan leven.




